In mijn laatste blogpost schreef ik geen idee te hebben wat te doen wanneer Nederland en Duitsland elkaar in de WK-finale zouden treffen. Zonder arrogant te worden, de halve finales moeten immers nog gespeeld worden, is dat inmiddels een zeer plausibel scenario. En ik moet er nu dus over nadenken.
Nederland heeft van Brazilië gewonnen en dat was raar. In 1974 en 1978 was ik nog niet geboren. In 1988 interesseerde ik me nog meer voor Bassie en Adriaan dan voor voetbal. In 1998 stonden we ook in de halve finale, maar toen moesten we de Brazilianen nog treffen. En met alle respect, dat is toch andere koek dan Uruguay – nota bene zonder Suárez.
En nu lonkt er dus Nederlands succes. De finale is nog maar een ronde weg. We hebben Brazilië geklopt, en ik weet niet wat ik er er mee aan moet.
Ik ben Nederlander en ik moet voor Nederland zijn. Net zoals ik katholiek ben en dus in God moet geloven. Ik heb het beide geprobeerd, maar hoe harder ik het probeer, hoe minder goed het me lukt. En ik schaam me een beetje voor deze post. Want wat moeten mijn medelanders nu wel niet van mij denken? Ben ik een verrader?
Na de wedstrijd tegen de Brazilianen werd ik door vrienden gefeliciteerd, maar ik stond daar maar te grijnzen met iets dat het midden hield tussen schaamte en onbestaande gelukzaligheid. Ik moest trots zijn, zeiden ze. En ik probeerde dat maar het kwam niet.
Misschien dat het was door het povere en lelijke spel van de Nederlanders tot nu toe. Maar normaal gesproken heb ik helemaal niets tegen lelijke teams en lepe matennaaiers. Het is ook niet dat Oranje me koud laat. Integendeel, ik probeer alle wedstrijden te zien, en voor de match tegen Brazilië was ik uren zenuwachtig.
Maar ik ben gewend op Nederland te schelden. We spelen nooit mooi genoeg, en altijd verliezen we wel een keer. De spelers zijn slappelingen zonder vuur. Oranjefans die iedere twee jaar denken dat we kampioen worden zijn rare aanstellers. Ik heb van mijn vader een gezonde dosis cynisme geërfd wanneer het op Oranje aankomt. Wanneer we ruk spelen ben ik in mijn element, want dan kan ik klagen.
Oranje is mijn klaagteam.
En Duitsland is mijn juichteam. Van beide houd ik op een andere manier, ze passen bij een andere emotie. Wint Nederland van Duitsland, dan wordt ik schizofreen. Wanneer Nederland ten onder gaat tegen de Duitsers, dan ben ik volkomen in mijn element. Zeiken op de Hollanders, dansen voor de Duitsers, en alles bij het oude. Ik zal treuren voor Oranje, en het zal kloppen.
Maar eerst nog winnen van de Uruguayanen. Hup Nederland!