De les van Sellaband
zondag, februari 28, 2010 in
actualiteit,
muziek,
nieuwe media Deze week werd bekend dat het Nederlandse internetbedrijf Sellaband failliet is gegaan. Dat kwam voor velen nogal als een schok, omdat de site nu juist bekend stond als een succesvol voorbeeld van crowdfunding – het verzamelen van financiering voor een project door vele kleine particuliere consumenten, in plaats van door enkele grote investeerders.
Sellaband is een website waarop artiesten zich kunnen presenteren, en hun fans, believers in Sellaband-jargon, om geld kunnen vragen om een album op te nemen. De believers krijgen hier behalve een goed gevoel meestal ook enkele goodies voor terug, of inkomsten, wanneer het album een commercieel succes blijkt. Oorspronkelijk gebruikten vooral beginnende bands het platform, maar de laatste tijd kon je er ook artiesten als Hind en Public Enemy vinden.
Aangezien ik de laatste maanden betrokken ben geweest bij de eindfase van het IFIP-project, Independent Films In Progress, waarbij de mogelijkheden bestudeerd zijn voor een crowdfundingplatform voor de Vlaamse film, was ik zeer geïnteresseerd in de redenen achter het faillisement.
In de pers, met name in het Financieele Dagblad, werden aan de hand van een verklaring van mede-oprichter Pim Betist, die vorig jaar uit het project stapte, enkele redenen voor het faillisement aangegeven. In het kort komt het erop neer dat Sellaband alleen inkomsten haalde uit de interest die het ontving over de investeringen die ze beheerde tussen het moment van investeren en de daadwerkelijke productie van het muziekalbum. Daarnaast hoopte men ook uit inkomsten uit de albumverkopen, maar geen van de iets meer dan veertig bands die hun investeringsdoelstellingen haalden, wist daadwerkelijk door te breken, onder meer door de beperkte promotiecapaciteiten van Sellaband.
Bij IFIP hebben we een ander model voorgesteld. Daar moest het platform zichzelf vooral onderhouden door middel van reclameinkomsten op de website zelf en door premiumaccounts voor filmliefhebbers die graag wat meer hadden. Dat zou niet eenvoudig blijken, maar was naar onze inschatting haalbaar. Waar we minder positief over waren, waren de daadwerkelijke investeringen in films. Naar onze inschatting zou het slechts weinig films gegeven zijn om op een kleine markt als de Vlaamse genoeg microfinanciering te verzamelen om hun productiekosten te dekken.
Het is interessant dat het bij Sellaband omgekeerd gegaan is. Daar waren de projecten wel succesvol in het binnenhalen van financiering, maar faalde het platform zelf om quitte te draaien. Muziek is ook wel een makkelijker product, aangezien de productiekosten voor een muziekalbum significant lager zijn dan die van een film –het scheelt al snel een nul–, en het een product is waarmee men makkelijker de grens over kan. Dat verklaart ook waarom een Amerikaanse groep als Public Enemy dit Nederlandse platform gebruikte. Vlaamse films worden niet overal ter wereld bekeken.
Aan de andere kant had Sellaband haar eigen financiering niet op orde. Dat drukt ons maar weer eens met de neus op de feiten dat alle 2.0-hypes niet alleen gaan om wat het voor het publiek oplevert, maar dat de platforms zelf ook een goed businessmodel moeten hebben.
Betist werkt inmiddels aan een nieuw initiatief, Africa Unsigned, waarbij een panel van experten, onder meer Damon Albarn van Blur en de Gorillaz, een band goed moet keuren. Dit lijkt een logische stap, omdat het een van de manco’s van Sellaband, het ontbreken van commercieel succes van de muzikanten, probeert te voorkomen. Het grijpt echter terug naar de tijd van voor Sellaband, toen platenlabels nog bepaalden wie wel en wie niet een album kon opnemen. Ondertussen maakt Sellaband een doorstart met een nieuwe investeerder. Ik hoop vooral dat ze geen concessies doet aan het crowdfunding-principe, maar tegelijkertijd ook wat meer aan zichzelf denkt en genoeg inkomsten voor het platform zelf weet te vergaren.


Reader Comments